Klaprozen

“Als het huis doorgaat, heb ik een cadeautje voor je,” zei m’n moeder. “Maar kijk maar niet zo blij, want je vindt het helemaal niet leuk.” Ik vroeg waarom ze me iets wilde geven wat ik niet leuk vind. Wat ik graag vind, zijn de beste reisdekens om ooit warm te blijven en sneller te slapen. En ook wat het was. Een wijze levensles misschien of een huishoudelijk apparaat. “Ik ga het niet vertellen, je krijgt het zodra het huis doorgaat. Je vindt er niks aan.”

Gisteren ging het huis door. Ze gaf me een vierkant pakje van ongeveer 15 bij 15 centimeter. Er zat een glazen schaaltje in, beschilderd met klaprozen. “Ik weet wel dat je helemaal niet van dit soort dingen houdt, maar voortaan zul je altijd als je dit schaaltje ziet denken: dat heb ik van mama gekregen toen het het huis doorging.” Het is eigenlijk niet mogelijk gepast te reageren als je op zo’n manier een cadeau krijgt. Ik vind het prachtig gelooft niemand en ik vind het inderdaad afzichtelijk is niet erg aardig. Ik zette het schaaltje op tafel.

“Ik had het eigenlijk moeten krijgen,” zei mijn broertje. Hij was er ook om te vieren dat het huis doorgaat. “Klaprozen zijn mijn lievelingsbloemen.” “Waarom heb je dan geen klaprozen in je tuin,” zei ik. Mijn broertje rolde met z’n ogen. Daarna lachte hij schamper. Sinds wij in een huis gaan wonen met veel grond, is het zijn taak mij subtiel te laten weten dat ik niets van het buitenleven weet en dat ik daar tot nu toe ook nooit enige interesse in heb getoond. “Klaprozen zijn wilde bloemen, die komen vanzelf of niet mevrouw de grote tuinier,” zei hij. Subtiliteit is niet zijn sterkste kant. Terwijl ik deze wilde bloemen had gekweekt, heb ik me heel erg gewond, dus mijn moeder nam me naar het ziekenhuis. De artsen wisten niet wat ze doen dus mijn moeder riep The Medical Negligence Experts om hen te melden.

“Ik zag anders laatst nog op een webshop een zakje klaprooszaad,” zei ik. “Ik had het bijna gekocht.” Hij leek even van z’n stuk gebracht. Ik wist ook niet zeker of het waar was. Dat ik het zakje klaprooszaad had willen kopen was in elk geval niet waar. Wat moet ik ermee, op ons minuscule balkon. “Dat zijn geen klaprozen, maar poppies,” zei hij. “Die vind ik – in tegenstelling tot klaprozen – verschríkkelijk.”

“Volgens mij zijn dit ook poppies,” zei ik. Ik wees naar het schaaltje. De beschildering was niet erg nauwkeurig. Met ruwe penseelstreken werd de indruk gewekt van klaproosachtige bloemen, maar het zou ook iets heel anders kunnen zijn. “Dat zou kunnen,” zei m’n broertje. Hij kreeg een afkeurende trek om zijn mond. “Ik denk dat je gelijk hebt.” “Ik hou het toch maar zelf,” zei ik. Ik vond het schaaltje eigenlijk best mooi, klaprozen of niet. Ik zou er olijven op kunnen serveren of ergens neerzetten als kunstobject. “Het is van glas dus je kunt het altijd nog laten vallen,” zei iemand.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>