Een klein vies verhaaltje

Ik had een splinter in het topje van mijn rechterringvinger. Al sinds zondagmorgen. Het was een hele valse en gemene splinter, want hij boorde zich in mijn huid toen ik met een doekje over de tafel ging. Dus door het doekje heen! Kunt u nagaan. Ik heb hem maar laten zitten, want ik wilde naar het museum en het strand en ik dacht dat dat wel met splinter kon. Dat bleek ook zo te zijn.

Maar gisteren ontstond op plek waar de splinter zat, een rond wit bobbeltje. Dat bobbeltje heeft zich vannacht weten te ontwikkelen tot een flinke bobbel en het hele topje van mijn ringvinger was vanmorgen rood en dik. Die splinter moest eruit, besloot ik aan het ontbijt. Maar hoe?

Gelukkig was daar Hiram, mijn redder, mijn held, mijn prins op het witte paard. ‘Ik zal je helpen,’ sprak hij kordaat. ‘Maar eerst eten.’ Toen het eten klaar was, vertelde ik dat hij best zeer deed, die splinter. ‘We zullen hem verwijderen!’ beloofde Hiram. ‘Maar eerst nog een kopje koffie.’

Terwijl Hiram zijn koffie dronk, bestudeerde ik mijn splinter. ‘‘t Probleem is dat hij zit opgesloten achter een velletje,’ zei ik. ‘Dan hebben we straks een naald nodig,’ zei Hiram en trok een vies gezicht. Toen ik in het kastje op zoek ging naar een naald, riep hij vlug dat hij eerst even ging douchen. Maar nu trapte ik er niet meer in. De aap kwam uit de mouw. Hiram blijkt niet alleen allergisch te zijn voor scherpe voorwerpen die in zijn eigen vel gestoken worden, maar ook voor scherpe voorwerpen die in het vel van iemand anders gaan!

‘Zal ik anders zelf een gaatje maken en dat jij dan als je uit de douche komt met een pincet de splinter eruit trekt?’ vroeg ik. Dat was een goed idee. Hiram stapte onder de douche en ik stak achtereenvolgens een naald in een vlammetje en het topje van mijn ringvinger. Na een flinke prik kwam het koppie van de splinter al naar buiten. Ik duwde op de bobbel en ploep, daar verscheen de rest van zijn lijf, hij kwam er helemaal uit, drijvend in een golfje lichtgeel spul.

Ik was behoorlijk opgetogen over mijn zelfoperatie en liep meteen naar de badkamer. Hiram stond onder de douche luidkeels te zingen. ‘Ik heb de splinter er zelf uitgekregen!’ riep ik door het slotakkoord heen. ‘Lalaaaaaaah,’ antwoordde hij en daarna zei hij dat hij dat heel stoer van mij vond. Ik wilde vertellen over de enorme hoeveelheden bloed en pus die eraan te pas waren gekomen, maar hij trok meteen weer een vies gezicht en begon snel over iets anders. Namelijk het belang van gaatjes in een wasmand. ‘Dat is voor een string bijvoorbeeld heel goed. Die ligt daar bedolven onder allemaal andere was, maar door die gaatjes kan hij tenminste naar buiten kijken. Anders krijgt hij het wel erg benauwd.’

Nou ja. Alsof zo’n string het de hele dag tussen twee billen niet benauwd krijgt, zeker.

charlotte@charlottesweb.nl Dinsdag 27 April 2004 at 1:20 pm | | Default | 24 reacties

Mijn tante is verhuisd

Mist u niet iemand in de reacties hieronder? Mijn tante bijvoorbeeld? U weet wel, ze ondertekent altijd braaf met Je tante. En ze is dus echt mijn tante. Het is geen personage, ik ben het niet zelf, ze is gewoon mijn tante, de zus van mijn moeder.

Afgelopen zaterdag hebben we mijn tante verhuisd. Ze woonde in een flat in Veenendaal, alleen, sinds mijn oom is overleden. Dat vond ze de laatste tijd niet meer zo fijn, want alleen is ook maar alleen en ze had weleens behoefte aan wat aanspraak, bijvoorbeeld van mensen die in hetzelfde schuitje zitten als zij.

Mijn tante is namelijk slechtziend. ‘Jij ziet natuurlijk helemaal niks’, zei ik laatst eens per ongeluk, toen we het over een autoritje en herkenningspunten hadden. Meteen klonken er bestraffende geluiden door de telefoon. ‘Ik zie wel iets!’ riep mijn tante. ‘Niet zoveel, maar wel iets!’ Wie slechtziend is, is niet blind, daar moest ik mij niet in vergissen.

Sinds zaterdag woont mijn tante in een huis waarin nog veel meer slechtzienden wonen, en ook blinden, en vaak hebben ze nog meer handicaps, net als mijn tante. Of hoe noem je dat tegenwoordig, als je politiek correct wilt zijn? Minder valide? Ik weet het niet. Ik betwijfel of mijn tante het zelf weet, maar ze weet dat ik ‘r lief vind en daar gaat het tenslotte om.

Anyway. Verhuizen is een ramp, dat weet iedereen. Ik had dan ook beslist te doen met mijn tante, die ook nog eens met lede ogen aan moest (slecht)zien hoe anderen haar kamer inrichtten, omdat ze dat zelf niet zo goed kan. Wij versleepten al haar spullen, stopten ze naar eigen inzicht in kastjes en laatjes en gingen er maar vanuit dat het goed was. Mijn broertje zou haar computer aansluiten, riep voortdurend dat hij er een hard hoofd in had en oh, oh, als het maar zou lukken, waardoor mijn tante in hoge staat van paniek raakte. ‘Grapje’, zei mijn broertje en dan moest hij zelf heel hard lachen.

Mijn tante heeft ook een soort supervergrootglas dat eruit ziet als een televisie, waardoor mijn broertje eerst een hele tijd ge?ntrigeerd was, zodat hij maar niet aan die computer toekwam. Met dat supervergrootglas leest ze bijvoorbeeld. Ze legt een boek of een tijdschrift op de tafel en kijkt dan naar de monitor, waarop de letters wel duizend keer vergroot verschijnen.

Op haar computer heeft ze net zulke trucjes. Toen de machine na vijf minuten – pfjoew, wat een opluchting – helemaal werkte, liet ze wat van die trucs aan mij zien. Ook op die monitor kan ze alles eindeloos vergroten, net zolang tot ??n icoontje vrijwel beeldvullend op het beeldscherm verschijnt. Dat vond ze wel wat overdreven, met drie of vier icoontjes op een scherm kon ze wel uit de voeten. Maar het k?n, en dat wou ze maar even zeggen. Met icoontjes en met letters. Ze bekijkt zinnen in kleine stukjes met haar neus bijna op het glas. Ik snap nu waarom ze laatst dacht dat ik gek geworden was, toen ik een zelfportret in ascii plaatste.

Mijn aandacht werd getrokken doordat ik opeens een man hoorde praten, toen ze achter haar pc schoof. Zodra ze met haar muis over een icoon beweegt, wordt de tekst die erbij hoort uitgesproken. En zo kan ze alles laten uitspreken door een blikkerige, maar keurig articulerende menerenstem. Ze tiepte in een Word-schermpje ‘Charlotte’ en de menerenstem zei: Char-l?t-te. Ik vond het wat.

‘Laat je nou mijn webstukjes ook voorlezen door die vent?’ vroeg ik. ‘Nee,’ zei mijn tante. ‘Want hij leest van links naar rechts. Dus bij websites heb je dan vaak dat er dingen voor staan, die hij meeleest, en dan begrijp ik er niks meer van.’ Ik snapte dat. Ik heb links mijn links staan. Ik stel mij nu dus even voor dat de ingeblikte stem mijn stukjes voorleest.

Lijn logt – u kent natuurlijk het verhaal van het lelijke eendje dat – ellingmann – uiteindelijk een mooie zwaan werd en dat alles toen – casalog – goedkwam omdat ze (of hij, dat weet ik niet precies) iedereen – majestic moose – de ogen uitstak met haar (of zijn, dus) enorme – merel roze – overweldigende volwassen zwanenschoonheid.

Dat is niet te doen. En dan sla ik alle kopjes en data nog over. Mijn site is niet geschikt voor slechtzienden. Ik ga daar iets aan doen, want ik heb al dus op z’n minst ??n slechtziende lezer. Ik weet niet precies wat, misschien moeten de links eraan geloven of misschien moet er iets moeilijks gebeuren met xhtml, maar het zal zo zijn binnenkort dat die blik-meneer een realistisch sprookje voorleest, hoe dan ook.

Mijn tante reageert de laatste dagen niet, omdat ze nog geen internet heeft in haar nieuwe huis. Dat is behoorlijk stom. Mijn tante zonder internet is namelijk als een fiets zonder wielen, als een kom zonder soep, als een bad zonder eendje, als een Ipse zonder dixit en als een Charlotte zonder web. Niet ok?. Het komt natuurlijk door dat achterlijke KPN-bedrijf, dat niet weet wat prioriteiten zijn, maar daar zal ik me met dit heerlijke weer maar niet over opwinden.

Toen we weggingen riep mijn tante nog: ‘Zodra ik weer ga reageren, w??t je dat ik internet heb. Misschien deze week al wel!’ Maar het is nu al vrijdag en ik heb nog steeds geen typische reactie van Je tante aangetroffen. Misschien laat ik dit berichtje maar even bovenaan staan, voor als het zover is. Tot die tijd mag u hieronder natuurlijk mijn tante feliciteren met haar nieuwe huis.

charlotte@charlottesweb.nl Vrijdag 23 April 2004 at 12:50 pm | | Default | 26 reacties

De moeilijke jeugd van Corla Bloem

Een realistisch sprookje

U kent natuurlijk het verhaal van het lelijke eendje dat uiteindelijk een mooie zwaan werd en dat alles toen goedkwam, omdat ze (of hij, dat weet ik niet precies) iedereen de ogen uitstak met haar (of zijn, dus) enorme overweldigende volwassen zwanenschoonheid. Dat verhaal gaat niet op voor Corla Bloem. Het verhaal van Corla Bloem is namelijk een realistisch sprookje. Ze was een lelijk eendje en ze bleef een lelijk eendje. Een lelijk badeendje.

Heel lang geleden, op een goede dag, 23 augustus om precies te zijn, werd Corla Bloem geboren. Haar moeder – Greta Bloem – was ook al geen bijster mooie eend, maar wel altijd goed gemutst. Ze bracht zesendertig kinderen ter wereld en van geen van hen weten we zeker wie de vader is. Er was natuurlijk Kobus Snavelbek, met wie Greta het een tijdlang deed. Maar dat was nu niet bepaald een eend waarop je bouwen kon, bovendien was hij aan de drank. Nadat hij haar elf keer verlaten had, hoefde Kobus van Greta niet meer terug te komen. Er waren nog veel meer eenden, voorbijgaande eenden, zoals de oogverblindende Tony Springveer. Vanuit Greta’s nest klonken opgewonden kwaakjes als Tony op visite was, maar toch gelooft niemand dat hij Corla heeft verwekt. Zelfs Greta niet, hoewel ze daar wel stiekem op hoopte toen ze het ei uitbroedde waar Corla later uit zou komen.

“Als het een meisje wordt, zal ze Cornelia heten,” zei Greta.
“Zo, zo,” zeiden de andere eenden. “Dat is een mooie naam. Wat als het nu een heel lelijk eendje wordt?”
“Ach, ze wordt vast lief,” zei Greta.
“En als ze dan geen schoonheid wordt, dan noemen we haar toch gewoon Neeltje? Dat is een prima naam voor een badeendje.”

Het werd 23 augustus, Greta voelde het ei kraken en barsten, er kwam een klein afzichtelijk maar heel lief badeendje uit. Een meisje, dat niet lang daarna Cornelia werd gedoopt, maar iedereen noemde haar Neeltje.

Binnenkort op Charlottes web deel twee van dit realistische sprookje: Corla Bloem op het slechte pad. Waarin Neeltje Corla wordt, verkeerde vrienden krijgt en ternauwernood weet te ontkomen aan Klaas de ranzige tuinkabouter.

Iedere gelijkenis met bestaande personen berust uiteraard op louter toeval.

charlotte@charlottesweb.nl Donderdag 22 April 2004 at 12:31 pm | | Default | Elf reacties

Een raadspel

Wie weet overigens wat www.bicat.net, www.geenstijl.nl en www.charlottesweb.nl met elkaar gemeen hebben? In vredesnaam, zou ik er haast aan toe willen voegen.

charlotte@charlottesweb.nl Woensdag 21 April 2004 at 5:12 pm | | Default | Dertien reacties

Eendster

Klik + klik = klik!

charlotte@charlottesweb.nl Woensdag 21 April 2004 at 4:57 pm | | Default | Zestien reacties

Z600

Ik heb vandaag een (vet coole!) telefoon aangeschaft gekregen bij het verlengen van mijn Vodafone-abonnement, waarmee ik foto’s kan maken. Dat komt goed uit, want ik denk erover om spion te worden, of priv?-detective. Pas dus op uw tellen, dames en heren!

Klik.

charlotte@charlottesweb.nl Dinsdag 20 April 2004 at 7:43 pm | | Default | Negen reacties

Kaas, natuurlijk

Ik begrijp niet waarom het beeld zwart-wit is als ik de dvd van mijn laptop op de tv aansluit. Ik begrijp ook niet hoe ik de filters van mijn mailprogramma zo instel dat de virus- en spam-mailtjes ergens verdwijnen waar ik ze niet zie en de mailtjes van brave mensen met belangwekkende mededelingen op een plek terechtkomen waar ik ze wel zie. Ik begrijp niet hoe de mensen van Milka op het idee zijn gekomen om kooldioxyde in melkchocolade paaseitjes te stoppen, zodat ze als je er een minuut op sabbelt, keihard tegen je gehemelte beginnen te knetteren. Op de verpakking staat een paashaas met een grote oranje tong uit zijn mond waar vuurwerk vanaf komt. Dat had mij misschien al iets moeten doen vermoeden, maar dat was niet zo, dus ik schrok nogal bij de eerste knetters.

Ik begrijp niet waarom mijn vriend, als ik juist een woedende tirade tegen fietsers heb gehouden, eropuit gaat om een fiets te kopen. ‘Ik hou van fietsen’, zegt hij. ‘Fietsen is heerlijk. Het gaat veel sneller dan met de auto. Want je mag overal in! In alle straatjes waar je met de auto niet mag rijden!’ Wat mijn stelling maar weer eens bewijst dat mensen, zodra ze op de fiets stappen, iedere regel aan hun laars lappen en zelfs denken dat dat mag, alleen maar omdat ze op de fiets zitten.

En waar zou hij allemaal heen fietsen? Dat heb ik me de afgelopen twee uur wel duizend keer afgevraagd. Misschien fietst hij als-ie uit de kapper komt, wel helemaal naar Rhijnauwen. Of de stad uit! Gaat-ie naar een rivier fietsen, de Linge ofzo, om een tochtje te maken en een kopje koffie te drinken aan het water! En ik zit hier maar!

Ik had mezelf namelijk buitengesloten. Dat doe ik zo nu en dan, als ik moet nadenken over bonte en witte was en of ik eruit zie als iemand die een caravan bezit, over pinda-allergie en wie ik nog zie van de mensen met wie ik op de middelbare school zat en waarom chocola en citroen eigenlijk niet zo lekker is bij elkaar, terwijl ik al jaren twee bolletjes citroen en een chocola bestel als ik een ijsje ga halen. Dan zit mijn hoofd vol met dingen en kan het ding dat ik mijn sleutels mee moet nemen als ik de deur uitga, er niet meer bij. Doink, hoor je dan. En dan denk ik: wat deed ik ook alweer altijd voor de ‘doink’? Oh shit. Voelen of ik mijn sleutels in mijn zak heb. Dat moet eerst en dan de ‘doink’.

Toen ging ik naar de slager en daarna naar de natuurwinkel en daarna naar de slijter en daarna naar de ijssalon. Ik nam toch maar weer twee bolletjes citroen en een chocola, want hoewel het eigenlijk samen niet zo lekker is, zijn het toch gewoon de lekkerste smaken. En toen ik dat allemaal had gedaan, ging ik rondjes lopen en me afvragen waar Hiram na de kapper heen zou fietsen. Hij kon misschien wel besluiten om naar de boekwinkel te gaan, nou, dat kon nog wel even duren. Of biertjes drinken op een terras. Ik had mijn telefoon ook al niet bij me en geen portemonnee.

Kinderen die touwtje springen zien er heel raar uit. Zeker als het iets te dikke kinderen zijn en van iets te dikke kinderen waren er veel op het pleintje waarlangs een bankje staat waarop ik maar ging zitten wachten tot Hiram klaar was met zijn fijne fietsactiviteiten. Ik denk dat het goed is voor die dikke kinderen om zo nu en dan eens touwtje te springen, maar het is een raar gezicht. Ze kunnen er ook niks van. Vooral niet als ze het tussensprongetje niet doen. De dunne kinderen doen allemaal het tussensprongetje wel en die zijn dan ook veel minder snel af dan de dikke kinderen die op goed geluk maar wat malle bokkesprongen maken in de hoop dat het touw toevallig net onder is als zij omhoog gaan. Dat gaat een of twee keer goed en dan zijn ze alweer af. Waarom vertellen de dunne kinderen niet aan de dikke kinderen van dat tussensprongetje, vraag ik me af. Onbegrijpelijk.

Ik liep naar de straat waarin ik woon en trof daar Hiram al fietsend aan. ‘Heerlijk!’ riep hij. Hij was niet naar Rhijnauwen gefietst en had geen tochtje langs de Linge gemaakt. Hij was naar de kaaswinkel gefietst om een kaasje te kopen. Een klein pittig en heel duur kaasje.

charlotte@charlottesweb.nl Donderdag 15 April 2004 at 6:49 pm | | Default | 21 reacties

Kijktip

De eerste aflevering van The Office, Nederland 3, 23.08 – 23.43 uur.

Excuses voor dit late nippertje.

charlotte@charlottesweb.nl Dinsdag 13 April 2004 at 10:57 pm | | Default | Tien reacties

Ik begrijp niet wat u hier doet

We hadden runners nodig. Vijf. Voor de gordijnen. Gordijnen opgehangen, maar vijf runners te weinig. Dus even snel langs de Gamma. Snel, zei ik? Razendsnel. Wij runden de Gamma binnen, regelrecht naar de runners. En hup, naar de kassa met de kortste rij. Voor ons stond precies ??n meneer, hij had een opvallend keurige overall aan en een karretje bij zich met tegels voor in de tuin. Acht.

‘Wat zijn het voor tegels,’ vroeg de mevrouw van de kassa.
‘De tegels die daar liggen,’ zei de meneer in de keurige overall en hij zwaaide met zijn arm.
De mevrouw van de kassa keek gekweld. Wat had ze daar nou aan?
‘Ze zijn dacht ik drie negenenzeventig per stuk,’ zei de meneer in de keurige overall.
‘Ja. Ik moet het artikelnummer weten.’
‘Dat staat er niet op.’

De meneer groef in een van de achtentwintig zakjes van zijn keurige overall en haalde daaruit een centimeter tevoorschijn. Wij hielden het uiteinde vast. Hij vertelde aan de mevrouw van de kassa hoe groot de tegels precies waren. Misschien kon ze dan het artikelnummer achterhalen. Maar dat was niet zo. Ze kreeg alleen maar tegels van een ander formaat op haar beeldscherm.

‘Nou,’ zeiden wij zo hard dat de mevrouw van de kassa het kon horen. ‘Toch niet zo’n snelle actie als we dachten.’
We keken er gekweld bij.
‘Ach,’ zei de meneer in de keurige overall. ‘Anders sla je die toch gewoon aan.’
Hij wees op het beeldscherm.
‘Die zijn duurder dan deze, maar dat maakt mij niet uit.’
‘Dat kan niet,’ zei de mevrouw van de kassa.
‘Dan verspeel ik mijn bonus aan het einde van het jaar.’
‘Moet je dan bijbetalen,’ vroeg de meneer in de keurige overall.
‘Nee. Je mag drie keer een fout maken. En dan gooien ze je er gewoon uit. Ik werk hier al tien jaar. Dat ga ik niet verspelen voor die tegels.’
‘Nee,’ zeiden wij en de meneer in de keurige overall.
‘Stomme Gamma,’ zei de mevrouw van de kassa.
Wij knikten.
‘Neem me niet kwalijk,’ voegde ze eraan toe.
‘Natuurlijk niet,’ zeiden wij.

Het duurde heel lang voor de mevrouw van de kassa het artikelnummer had gevonden. Intussen mopperde ze zachtjes voor zich uit. We vingen op: ‘Gamma’. ‘Bah.’ ‘Puinhoop.’ Opeens keek ze triomfantelijk naar het scherm. Betontegels, drie negenenzeventig per stuk, gaf het aan. De meneer in de keurige overall betaalde.

‘Weet u wat u moet doen,’ zei de mevrouw van de kassa.
‘U moet naar de Praxis gaan. Dat is een mooie winkel. Hier is het een bende. Er klopt niks van. De prijs staat er niet goed op. U moet lang wachten bij de kassa. Het is slecht geregeld. Wij kunnen er niks aan doen. Het komt door de Gamma. Stomme Gamma.’ Ze verontschuldigde zich niet meer.
De meneer in de keurige overall knikte en vertrok.

‘Het is waar, hoor,’ zei de mevrouw van de kassa tegen ons.
‘De Praxis is een mooie winkel. Daar hebben ze veel keus. Het is er schoon. Hier niet. Wat ze hier hebben is lelijk. Allemaal hetzelfde. Het is een zooitje.’

Wij moesten een beetje lachen. De mevrouw van de kassa keek gekweld. Ze was bloedserieus. Wij moesten niet denken dat ze grapjes maakte. Wij rekenden onze runners af en staken ze in onze zak. We liepen naar de uitgang.
‘Ik begrijp niet wat u hier doet!’ riep de mevrouw van de kassa ons na.
‘Volgende keer naar de Praxis!’

charlotte@charlottesweb.nl Woensdag 07 April 2004 at 11:17 pm | | Default | 28 reacties

Van die fiets af (1)

Fietsers zijn a-sociale weggebruikers. Nu kunt u allemaal wel in koor gaan roepen dat ik niet mag generaliseren of over een kam scheren of wat dan ook, maar het is gewoon zo. Fietsers – en dan met name binnenstedelijke fietsers – zijn a-sociaal. En ze zijn dom. Ik denk dat de meeste fietsers ook lelijk zijn, maar voor dat laatste heb ik geen bewijsmateriaal, want ik ken maar heel weinig fietsers, net zoals ik maar heel weinig mensen ken die van zoete witte wijn houden. Ze gaan waarschijnlijk ook eerder dood, fietsers.

Wat doen fietsers allemaal verkeerd?
Ze stoppen nooit voor een rood verkeerslicht. Ze hebben een voorkeur voor zwarte kleding, verplaatsen zich graag in het donker en hebben zelden een werkend licht. Je hebt fietsers die zich, omdat hun licht niet werkt, behangen met die idiote flikkerende rode lampjes, waardoor je als auto telkens denkt dat er voor je iets aan de hand is, wegwerkzaamheden of politieonderzoek naar een steekpartij ofzo. Is het weer zo’n stomme fietser met lampjes. Ze steken nooit hun hand uit als ze de bocht omgaan. Ze slingeren, maken voortdurend onverwachte bewegingen, kijken nooit of er wat aankomt als ze oversteken en als ze al kijken of er wat aankomt, steken ze juist dan over, als er wat aankomt. De enkele keer dat fietsers in hun recht fietsten, ze gaan bijvoorbeerbeeld rechtdoor terwijl jij als auto wilt afslaan, gaan ze expres tergend langzaam fietsen, zodat je heel lang het verkeer moet ophouden en alle auto’s achter je gaan toeteren, zo van: rij nou eens door, muts, je gaat toch niet staan wachten op zo’n slome fiets. Wat het ergst is aan fietsers is dat ze totaal onberekenbaar zijn. Heb je net bedacht dat ze ?f in het midden van de weg, ?f aan de verkeerde kant van de weg rijden, gaan ze opeens aan de goede kant rijden! Maar dan wel met z’n drie?n naast elkaar en heel wijd, zodat je er nog niet langs kunt met je auto. Dat is sowieso het doel van alle fietsers, zorgen dat er geen auto’s voorbij kunnen. Daartoe nemen ze de meest idiote dingen mee op hun achterop, gordijnrails of iets anders van minstens twee meter. Fietsers zijn namelijk ook dol op bagage. Ze nemen meer mee dan een automobilist in z’n kofferbak zou durven dromen te proppen. Grote rugzakken, vele kinderen, plastic tassen aan het stuur, kratten bier op de stang, enzovoort. Fietsers kennen geen verkeersregels, of doen net alsof ze ze niet kennen.

Sinds die wet dat een fietser nooit de schuld heeft bij een ongeluk, ook al houden ze zich aan geen enkele regel, dat de automobilist altijd de lul is, is het allemaal nog veel erger geworden. Dat ik nog nooit een fietser door mijn voorruit heb gehad, komt alleen maar doordat ik zo vreselijk goed oplet iedere keer dat ik een stukje door de stad rijd. Niettemin heb ik altijd wel een keer hartkloppingen, omdat er weer eens een fietser zich voor mijn wielen probeert te werpen, die ik dan ternauwernood en met gevaar voor eigen leven kan ontwijken. Fietsers zijn levensgevaarlijke figuren. Ik pleit voor een fietsvrije binnenstad. En die vervelende skaters moeten ook weg.

charlotte@charlottesweb.nl Dinsdag 06 April 2004 at 8:17 pm | | Default | 46 reacties

Hieperdepiep

H: Aanstaande zondag bestaat mijn log ??n jaar.
C: Zo, dat is snel.
H: Snel? Het heeft wel een jaar geduurd!

charlotte@charlottesweb.nl Maandag 05 April 2004 at 10:06 am | | Default | Elf reacties