Zijn er Nijmegenaren in de zaal?

En zo ja, kan iemand mij dan vertellen of die stroomstoring bij jullie al is afgelopen? Ik moet namelijk heel dringend twee mensen uit Nijmegen spreken, maar ik krijg steeds maar een mevrouw van de centrale die met een heel lief accent zegt: ‘Tja, die afdeling is niet bereikbaar, mevrouw.’ ‘Nee, ik kan u niet vertellen hoe lang het nog gaat duren, het is een hele grote stroomstoring, zelfs de treinen rijden niet.’ De laatste (zesde) keer dat ik haar sprak, klonk haar accent trouwens lang zo lief niet meer.

charlotte@charlottesweb.nl Maandag 25 Oktober 2004 at 12:38 pm | | Default | 24 reacties

En ik wou ook maar eens gaan trouwen

Ik heb er al eens eerder over geschreven. Ik heb de neiging zo nu en dan bijna te stikken. Dan komt er iets in mijn luchtpijp terecht wat eigenlijk naar mijn slokdarm op weg was. Bijvoorbeeld: wijn, water, bier of een salmiakkogel. (Wist u trouwens dat salmiak gemaakt wordt van ammonia met zoutzuur?! Ik ook niet, hoor. Maar ik wist niet hoe je het schreef en toen ging ik het opzoeken en zo kwam ik erachter.)

Vandaag was het nog iets stommers: mijn eigen spuug. Ik at niks en ik dronk niks en plots verslikte ik me heel erg. Echt heel erg. Met dikke tranen en geen adem meer kunnen halen en dat je dan een heel eng geluid gaat maken. Maar wat nog stommer was: het was in de bioscoop. En wat het allerstomste was: het was op het belangrijkste moment van de film!

In sommige films is het zo dat er een heel belangrijk moment is. Dat je je afvraagt: hoe zou het aflopen? Zou-ie winnen? Zouden ze elkaar krijgen? Dan wordt er ingezoomd en speelt de muziek op en dan is de spanning te snijden en dan denk je: gaat het allemaal wel goedkomen? Nou ja, als je naar een romantische komedie zit te kijken, wat ik zat te doen, weet je eigenlijk de hele tijd al dat het heus wel goed gaat komen. Maar toch is het spannend! Dat is dan weer zo knap van die filmmakers, h?.

Net op dat moment stikte ik dus bijna. Ik hapte naar adem, ik klapte voorover, het zweet brak me uit, ik gebaarde naar mijn buurvrouw: heb je een slokje water voor me, ze gebaarde terug: wacht nou, ik zit even naar die film te kijken, ik raakte volkomen in paniek, maar ik durfde ook niet heel veel lawaai te maken omdat ik nou eenmaal heel sociaal ben, zelfs als ik bijna stik.

Toen kwam de climax, het moment dat het inderdaad allemaal goedkwam, wat een verrassing, de muziek ging nog harder spelen, er werd weer uitgezoomd, ze vielen elkaar in de armen en er was een groot applaus. En toen pas durfde ik keihard te hoesten. Ik hoestte en ik hoestte en eindelijk kreeg ik weer een beetje lucht. Dat was fijn. Maar wel jammer van dat hele belangrijke moment, dat heb ik wel zo’n beetje gemist.

Maar die Paul Bettany, dat lijkt me wel een goeie kandidaat voor mijn aanstaande echtgenoot. Hij is dan wel niet zo stoer, maar wel grappig en lief en dat zijn eigenschappen die u niet moet onderschatten. Ik werd een heel piepklein beetje verliefd tijdens de film. Misschien kwam het daar wel door.

charlotte@charlottesweb.nl Zondag 24 Oktober 2004 at 11:20 pm | | Default | Vijftien reacties

Schaamte

Ik kwam mijn nichtje (13) tegen in het Griftpark. Ze reed op de fiets en achterop zat een stoere jongen met hele grote spannende kisten aan. Ze zag me en zei:

Hoi doei!

En toen fietste ze keihard verder.

charlotte@charlottesweb.nl Vrijdag 22 Oktober 2004 at 09:09 am | | Default | Veertien reacties

Baby

Ik wil best wel graag een baby. Dat lijkt me leuk. Zo’n klein dingetje in je buik eerst, dat dan een beetje gaat schoppen en ‘Hallo mama!’ roepen. En dat-ie er dan uitploept en dat je dan de hele dag visite krijgt en dat iedereen zegt: Wat een mooie b???bie! Want als ik een baby krijg, wordt het heus wel een mooie. Iedereen stikjaloers, natuurlijk, want zo’n mooie baby hebben ze nog nooit gezien.

En wat me ook zo leuk lijkt: zo’n baby is natuurlijk helemaal afhankelijk van z’n moeder, van mij dus. En hij moet kleertjes aan en aan de borst en z’n poep moet afgeveegd, maar dat geeft niks, want poep van je eigen baby stinkt niet. Zo werkt dat. En dan moet-ie ook nog heel veel slapen de hele dag. Het is immers nog maar een baby. Maar ook als hij ligt te slapen, kun je er nog wel heel lang naar kijken en af en toe een aaitje geven over z’n kleine zachte babywangetje. Hoe langer ik erover nadenk, hoe toffer het me lijkt. Maar ja.

Ik heb dus geen baby en ik heb niet eens zo’n klein dingetje in mijn buik. Mijn buren hebben wel een baby. Die baby huilt en huilt. Het is een huilebalkbaby. Hij huilt door de muren van mijn huis heen. Kan-ie ook niks aan doen, maar toch vind ik het onbeleefd. En nu denkt u misschien: handig toch, heb je zelf geen baby, maar toch een beetje het plezier van de baby van de buren. Ik zeg dan: Ja! Wel de lasten, niet de lusten! Als ik zelf een baby krijg, neem ik in elk geval niet zo’n jankerd.

charlotte@charlottesweb.nl Donderdag 21 Oktober 2004 at 5:01 pm | | Default | 21 reacties

Charlotte is weer schadevrij

Soms heb je dat, dat er een hele grote puinzooi om je heen is ontstaan en dat je dan zelf door alle puin heen de leuke dingen niet meer ziet. Dat was bij mij een beetje gebeurd. En ik werd er niet echt vrolijk van, maar dat had u al gemerkt misschien. Dit weekend heb ik puin geruimd. Dingen op een rij gezet, brieven geschreven, diverse excuus- en verklaringsmailtjes de deur uitgedaan, met mensen gesproken die alles zomaar bleken te begrijpen en een dikke vette strakke streep onder dingen gezet. En nu echt.

Jongen, ik ben opgeluuuuuuuuucht! De zon is weer gaan schijnen. (Duh, figuurlijk natuurlijk, ik zie ook wel dat het keihard regent.) De muziek is weer gaan spelen. En dat soort dingen. Mijn leven is weer een beetje leuk. En het is zo fijn dat al die rotzooi de deur uit is. Een heel gedoe, maar zo fijn. Misschien is het nog niet allemaal weer helemaal honderd procent goed met mij. Maar! Het gaat de goede kant op! Cool, h?!

Dat wilde ik even zeggen. Ik ben er wel een beetje moe van geworden, trouwens.

charlotte@charlottesweb.nl Woensdag 20 Oktober 2004 at 12:15 pm | | Default | Achttien reacties

Kuttekop

Vriendin C. en ik gingen voor het eerst samen op vakantie toen we dertien waren. We zaten op de achterbank van de auto van haar ouders en we zongen de hele weg naar Zuid-Spanje liedjes van Wham! heel vals mee. (Ik dan heel vals, C. kan best wel een beetje zingen. Ze zat zelfs nog op een zangkoor destijds, hihi.) Last Christmas was ons favoriete nummer. Ik weet het nog precies.

Last Christmas, I gave you my heart, but the very next day, you gave it away…

So sielug! Stel dat je iemand je hele hart geeft en de volgende dag geeft die ander het gewoon, hupsakee, weg! Aan weer iemand anders! De volgende dag! Hallo! Met Kerst nog wel! Ik weet niet, hoor! Zo iets doe je gewoon niet. Wat ben je dan voor een minne persoon! En ondankbaar ook! Bah! En die ene maar balen, van ja, nou ben ik mooi m’n hart kwijt, ik zal nog ‘ns wat weggeven en nu ben ik helemaal alleen. Als we er heel diep over nadachten, sprongen de tranen in onze ogen.

Kortom, wij leefden verschrikkelijk mee met die arme George, maar ja, we wisten toen natuurlijk ook nog niet dat-ie stiekem homo was. Het zou nog heel lang duren voor-ie uit de kast kwam en tegen die tijd vonden we hem gelukkig toch al niet zo leuk meer. Ik dwaal ontzettend af want ik wilde eigenlijk over Mallorca vertellen, maar dat komt: ik word overspoeld door herinneringen opeens.

Achttien jaar later (niet aan denken, niet aan denken, snel, waar is de anti-rimpel-cr?me!) gingen C. en ik samen naar Mallorca. Er is veel veranderd. We hebben bijvoorbeeld helemaal niet meer de neiging liedjes van Wham! heel vals mee te zingen. Maar sommige dingen zijn nog wel hetzelfde. Bijvoorbeeld dat ik C. soms onbedoeld en ongewild tot waanzin drijf en dat ik daar zelf dan heel verbaasd van word.

Voorbeeld. We lopen door de zonnige straatjes van het dorp. Overal staan appartementen en hotels die er allemaal precies hetzelfde uitzien. Ik ga naar links. Ik loop een tijdje door, tot ik erachter kom dat ik in m’n eentje aan het lopen ben en ik kijk om. Ik zie C. Daar staat ze, wild met haar luchtbed en strandtas te zwaaien. ‘Waar ga je heen?’ roept ze verontwaardigd. ‘Daarheen’, zeg ik onschuldig. ‘Maar ons appartement is d??r,’ roept C. dan, in de tegenovergestelde richting wijzend en na achttien jaar nog altijd verbijsterd over zo’n gebrek aan ori?ntatievermogen. C. heeft een soort biologisch kompas in haar hoofd. Ik niet. Biologische klokken, daar zit m’n hele hoofd vol mee, maar een kompas heb ik nooit gehad en ik zal het ook nooit krijgen. Zonder C. verdwaal ik overal, maar ik heb me daar gewoon bij neergelegd.

Ander voorbeeld. We speelden de hele vakantie het spelletje Kuttekoppen. C. is een echte strateeg als het om spelletjes gaat. Ik doe maar wat. Ik gooi dan bijvoorbeeld een drie op. ‘Waarom doe je dat nou weer?’ roept C. al weer even verbijsterd. ‘Terwijl je ook een vier in je handen hebt!’ ‘Oh sorry, zeg ik dan, zal ik dan mijn vier opgooien?’ ‘Neehee! Nu heb je het al gedaan. Ik sn?p het gewoon niet.’ Kijk, C. wil mij doorgronden. Maar omdat ik zelf geen idee heb waarom ik de dingen doe die ik doe, lukt dat niet. In feite is dat mijn strategie. Niet alleen voor spelletjes, maar voor het hele leven. Soms kun je daar makkelijk mee winnen, maar vaak betekent het dat je gewoon een tijdje de Kuttekop bent. Daar heb ik me ook bij neergelegd.

Het is wel heel lekker om een weekje weg te zijn met iemand die je al zo lang kent. Soms lagen we uren naast elkaar op een luchtbedje en zeiden we niks en vonden we het toch heel mooi met z’n twee?n. Dan lazen we en lazen we en lazen we en dan zei de ??n: ‘Zo gaan lunchen?’ Dan zei de ander niks. Dan lazen we en lazen we en lazen en dan zei de ander: ‘Eerst nog even in de zee.’ Zo fijn.

Of dan lagen we uren naast elkaar op een luchtbedje en dan lazen we en dan lazen we en dan lazen we en dan zei de ??n: ‘Heb je die strandwacht gezien?’ En dan zei de ander: ‘Is-ie honderdvijftig?’ En dan zei de een: ‘Nee, onze leeftijd. Hij loopt er een beetje bij alsof-ie de grote stud van van het strand is.’ En dan zei de ander: ‘Ja, lekker moeilijk naast al die bejaarden.’ En dan lazen we en dan lazen we en dan lazen we en dan zei de ander: ‘Maar ik heb hem wel gezien, hoor. Met die roze polo en die blonde lok die er uitziet alsof-ie Don Johnson nog heel hip vindt.’ En dan zei de een: ‘Niks voor jou zeker.’ En dan zei de ander: ‘Neuh.’ En dan lazen we en dan lazen we enzovoort. Zo fijn. Ik wou dat we er nog waren.

‘Nu ben ik weer m’n zonnebril vergeten! Ik moet me toch eens wat beter voorbereiden op dat strand.’
‘Heeft geen zin. Je vergeet elke dag iets. Je bent gewoon een warhoofd.’
‘Nou, dat vind ik wel een erg snelle conclusie.’
‘Na achttien jaar? Ik vind het nogal weloverwogen.’
‘Hm.’

charlotte@charlottesweb.nl Zondag 10 Oktober 2004 at 1:21 pm | | Default | 26 reacties

Streefcijfer

C: Mag ik morgen eigenlijk nog langskomen?
V: Waarom zou je niet langs mogen komen? Heb je soms iets verkeerd gedaan?
C: Nou, ik ben tenslotte maar een drie.
V: Ja, je vindt jezelf een drie! Ik vind je een dikke acht!
C: Een dikke?
V: Nee sorry, een acht min.
C: Hoe kan ik dan een dikke worden?
V: Morgen even langskomen!
C: Jij stelt ook geen hoge eisen.
V: Nee, h?? Als er maar een gat in zit.
C: Haha!
V: Haha!
C: Nu word je toch een beetje ordinair.
V: Moet jij zeggen met je bruine kop.
C: En ik woon ook nog in een hoerenbuurt.
V: Precies.
C: Ja, zo word ik nooit een drie?nhalf.

charlotte@charlottesweb.nl Woensdag 06 Oktober 2004 at 1:03 pm | | Default | 23 reacties

Waarom sommige mensen denken dat ik een hoer ben

Op een goede dag ging ik verhuizen. Van Amsterdam naar Utrecht. Het was een hele toestand, u weet hoe dat gaat, gesjouw met dozen en bedden en matrassen, broodjes smeren, koffie fabrieken, de suikerpot open en op z’n kop in de allerlaatste keukendoos vinden, de buren met een gekwelde blik, al dat. Plots, we waren net een uurtje in mijn nieuwe huis, ging de bel. Leuk, natuurlijk, voor het eerst je nieuwe bel horen. Ik wachtte even, maar hij ging niet nog een keer, dus ik begaf mij daarop door mijn nieuwe gang naar mijn nieuwe deur, zwaaide hem open en daar stond mijn oude opa. Hij had gehoord dat ik een nieuw optrekje had en dacht: Kom, ik ga eens langs. Ik vond het aardig bijtijds en het kwam ook niet heel handig uit, zo midden in de verhuizing, maar ik waardeerde het gebaar, dus ik voorzag hem onmiddellijk van campingachtig gefabriekte koffie met bij de gekwelde buren geleende suiker.

‘Meisje,’ sprak mijn opa, ‘je woont hier in een vreselijke buurt.’ Daarbij keek hij mij vorsend aan. (Ik weet niet precies hoe dat is, maar het klinkt altijd zo mooi en volgens mij was m’n opa echt iemand die een ander steeds vorsend probeert aan te kijken.) Nou! dacht ik. ‘Nou!’ zei ik. Mijn opa deed er verder het zwijgen toe. Maar hij bleef me vorsend aankijken.

Ik zal u vertellen: ik woon in de op-een-na ergste kakbuurt van Utrecht. Dat wist ik al toen ik er ging wonen. Ik was dus op z’n minst verbaasd door deze expliciete afkeuring van mijn opa, hoewel expliciete afkeuring nou ook weer niet direct ongebruikelijk gedrag was van mijn opa. Later bleek dat mijn buurt niet altijd de op-een-na ergste kakbuurt van Utrecht is geweest. Ooit, toen mijn opa nog in Utrecht woonde, in de jaren dertig ofzo, was het wat nu de Harde Bollenstraat is en dan in het groot en meer in het geniep. Volgens de overlevering, hoor. Ik weet niet zeker of het waar is. Toen mijn opa de straatjes inreed, herkende hij de wijk meteen uit zijn jeugd. Ik weet wat u denkt, maar ik zoek daar verder niks achter, hij kende Utrecht gewoon goed. Het Utrecht uit de jaren dertig dat is.

Maandenlang heeft hij aan iedereen verteld die het horen wilde, in elk geval aan de hele familie (en die is heel groot), dat ik op het slechte pad was geraakt. Het was een ramp voor m’n image. Mijn opa is al jaren dood. Maar soms heb ik nog steeds het idee dat ik vreemd word aangekeken. Niet echt vorsend, maar meer scheef. (Ik weet ook niet precies hoe dat moet, iemand scheef aankijken, maar ik denk toch dat dat het is.)

Zoiets blijft je achtervolgen.

Dit kleine trauma kwam opeens bovendrijven toen ik dit stukje las bij Marten Hoepla. Later zal ik u nog ‘ns wat vertellen over Mallorca en hoe vriendin C. mij er toch telkens weer van beschuldigde een warhoofd te zijn. Terwijl iedereen weet: efficiency is my middle name!

charlotte@charlottesweb.nl Dinsdag 05 Oktober 2004 at 09:51 am | | Default | 24 reacties

Daar ben ik weer

In het holst van deze nacht (of zoiets) ben ik weer in Utrecht aangekomen. Op Mallorca scheen de zon, heel hard. Hierbij vast ons uitzicht vanaf ons illegale bedje. Later meer. Die tenen zijn van mij en staan erop omdat ik te lui was om overeind te komen bij het maken van de foto en omdat ik wilde bewijzen dat ik echt daar was en dat dit niet een plaatje is dat ik uit een reisgids heb geknipt. Maar hoe weet u nu zeker dat die tenen van mij zijn? Ja, dat zoekt u zelf maar uit, hoor. Ik begrijp trouwens sowieso niet waarom u niet zou geloven dat ik op Mallorca ben geweest. Ik ben weer hier en dat is ook fijn.

Oh ja. Bedankt aardige mensen dat u in mijn afwezigheid hebt gedemonstreerd voor het pre-pensioen enzo. Ik kon er niet bij zijn, want (lalalala) ik was op Mallorca. Dat snapt u toch wel?

Oh ja 2. Voor wie denkt dat mijn teennagels zwart zijn en dat zoooo 1980 vindt, ze zijn helemaal niet zwart, ze zijn groen! En dat is heel Charlotte-hip! Moeders en dochters, verf uw teennagels groen en wees net zo hip als ik!

charlotte@charlottesweb.nl Maandag 04 Oktober 2004 at 2:19 pm | | Default | Veertien reacties